Ambitie als vieswoord
Ambitie is lastig. Niet alleen omdat je het niet kunt aanraken, maar ook omdat het zo persoonlijk is. Voor mij is ambitie iets wat op een post-it in mijn hoofd staat geschreven en wacht tot het werkelijkheid wordt. Natuurlijk werk ik er ondertussen hard voor, maar dat is logisch.
Ambitie is gevaarlijk en angstaanjagend geworden. Weet je waarom? Omdat het nooit goed is. Of een mens heeft txc3xa9 veel ambitie of txc3xa9 weinig. Het lijkt wel als of er geen gulden middenweg is. Toch zijn de vragen: ‘Wat wil je met deze studie gaan doen?’ & ‘Wat zijn je ambities?’ heel normaal. De vragen staan in het rijtje: je-kunt-ze-altijd-vragen-als-er-een-ongemakkelijke-stilte-is. Ik denk dat het daar fout gaat. Deze vragen zijn namelijk geen simpele opvulling voor een saai gesprek. Deze vragen zijn hard business. Daarbij komt dat deze vragen niet tussen het veterstrikken door te beantwoorden zijn.
Er zijn generaties (nou ja, ik overdrijf) die ambitie als vieswoord zien. ‘Ambitie?’ Nou daar doe ik niet aan hoor’, roepen ze dan met opgetrokken neus. Dezelfde mensen schrikken als iemand zijn toekomstplannen uitspreekt. Net als of de toekomst eng is en angstaanjagend, net zoals het woord zelf.
Kortom: Ambitie is moeilijk, persoonlijk en een stopwoord geworden. Maar zeker niet vies.
